102. Geknijperde bloemen

De verhalen die ik schrijf nemen je mee naar een wereld waar fictie en werkelijkheid door elkaar lopen.

Ik ben nog geen twee tellen bij Els binnen of ze duwt een bos rozen in mijn handen. De doornen prikken door het papier in mijn vingers. ‘Au’, roept ik ongewild, maar de gift was iets te enthousiast geven.
‘O ja,’ gniffelt mijn vriendin. ‘Er zitten doornen aan. Jij mag ze hebben, ik hou niet van bloemen.’
Ik leg de bos op het aanrecht. ‘Dank je wel.’
Els trekt nonchalant haar schouders op. ‘Je moet ze nu in het water zetten. Ze drogen anders uit. Bloemen hebben vocht nodig.’
Ik wijs naar mijn haar. ‘Dank je voor de tip. Tja blond hè!’
Els fronst haar wenkbrauwen. ‘Neem je me nu in de maling?’
‘Natuurlijk niet,’ grijns ik.
Mijn vriendin gaat voor me staan. Eigenlijk iets te dicht in mijn aura. Met kleine stapjes schuifel ik naar achteren. Els zet haar bril halverwege haar neus. Ze buigt zich naar voren en pakt een pluk haar. Ik voel me net een kind op school die luizencontrole krijgt.
Els zet haar bril weer recht. ‘Nou je het zegt. Je haar lijkt wel blonder en het zit wilder.’
‘Praat me er niet van,’ brom ik. Eigenlijk had ik het overdedatumverhaal willen verzwijgen.
‘Wat bedoel je?’ zegt Els terwijl ze naar het koffiezetapparaat wijst. ‘Je mag wel koffie zetten. Of drink je liever thee? Dan moet je de waterkoker aanzetten.’
Ik zucht, ik zwijg en ga in de actie. ‘Weet je nog dat ik shampoo van je heb gekregen?’
Els loopt de keuken uit en knikt. ‘Ja dat henne of hennaspul, dat gebruik ik niet. Ooit in een opwelling gekocht, omdat het in de aanbieding was.’
‘Weet jij nog wanneer ‘ooit’ was?’
‘Wat zeg je,’ roept Els vanuit de huiskamer. ‘Ik hoor het niet.’
‘Of je wil het niet horen,’ mompel ik. Dit antwoord schiet er spontaan uit. Ik krijg geen reactie uit de kamer en op dit moment komt de doofheid van Els me goed uit.
Ik zet het koffiezetapparaat aan en loop van de keuken naar de kamer. Naast Els plof ik op de bank. Ze kijkt me aan of ik een museumstuk ben. ‘Ik denk dat eens een kleurtje in je haar moet doen. Dat kun je bij de drogist kopen. Of misschien heb ik nog wel haarverf liggen.’
Alsof ik op een speldenkussen ben gaan zitten vlieg ik op. Mijn hart bonst in mijn keel en filmbeelden met de gruwelijkste ongelukken spoken door mijn hoofd. Ik loop rood aan.
‘Wat heb jij nou?’ vraagt Els.
Even blijf ik staan en adem diep in en uit. Rustig ga ik weer zitten. ‘Niks, behalve dat ik geen spullen meer nodig heb. Althans geen artikelen meer die over de datum zijn. Zoals die shampoo die je aan me gegeven heb. Ik wacht geen reactie van Els af. Kordaat sta ik op en zeg. ‘De koffie is klaar.’
‘Ach die data op de verpakking, dat is geldklopperij.’
Ik kan even geen woord meer uitbrengen en loop naar de keuken. In een aanrechtkastje vind ik twee mokken. Ik snijd twee plakken van mijn eigengebakken cake af en schenk de koffie in. Alles zet ik op een dienblad en loop de kamer weer in.
Als ik de spullen op tafel neerzet zegt Els: ‘O nee, die mok die moet ik niet hoor. Ik heb altijd mijn eigen kopje. Die staat op het aanrecht, het is die groene.’
Ik tel in mezelf: ‘tien, negen, acht, zeven…..’ tot ik bij één ben. Ik pak Els’ mok van tafel en loop met gerechte schouders en rustige tred naar de keuken. Daar giet ik alles over in de gifgroenkleurige plakkende beker van mijn vriendin.
‘Zet maar op de tafel,’ zegt Els. ‘Het is nog te heet om te drinken. Lekker die cake, is dat van de cakemeel die ik je gegeven heb?’
‘Ik geloof het wel,’ lieg ik. Ik zeg maar niet dat ik die zooi van haar in de kliko gegooid heb. Toen ik de verpakking opendeed, voordat ik nog naar de uiterste houdbaarheidsdatum had gekeken, zag ik dingen in het meel bewegen, die wil jij niet in je cake hebben. Mijn man moest lachen bij het zien van mijn gezicht. ‘Die beestjes gaan wel dood hoor in een oven van 220 graden,’ zei hij zonder een spier te verrekken. ‘Ik vraag maar niet waar dat spul vandaan komt.’
Els grijpt mijn arm. ‘Gezellig dat je er weer bent. Maar wat zei je nou over je haar en een datum.’
Ik pak mijn telefoon en zoek een foto op die ik had genomen na mijn haarwasbeurt met het spul van Els. Het beeld houd ik voor het gezicht van mijn vriendin. ‘Zo zag ik eruit nadat ik mijn haar met die shampoo van jou gewassen had.’
Het blijft stil naast me. Els schuift haar bril half op haar neus en daarna weer terug. Ze kijkt naar mij en dan weer naar de foto.
‘Hoe heb je het weer goed gekregen en sorry hoor.’
Voordat ik verder ga vertellen pak ik mijn koffie. ‘Dat was nog een hele toer. Het kwam denk ik omdat de shampoo erg over de datum was. Dat kan dus niet.’
Els kucht en wipt van haar ene op haar ander bil. ‘Dat wist ik ook niet. Ik zal je een goede raad geven. Je moet die shampoo maar gebruiken om de wc schoon te maken. Dan maak je er een sopje van.’
Van binnen voel ik het koken. ‘Els, die troep heb ik weggegooid. Het is gewoon zooi, waarschijnlijk springen de barsten in de pot als ik dat overdedatummelange erin doe.’
Els zwijgt en staart in haar kopje. Even lijkt het of ze haar neus ophaalt. We drinken onze koffie op en daarna gaan we opruimen.
Aan het einde van de dag neem ik de rozen voorzichtig mee. Els is dankbaar voor alle hulp en op de valreep duwt ze nog een tas in mijn hand.
‘Een goodie-bag voor jou, voor het helpen.’
Ik geef de tas terug. ‘Els ik hoef echt niks voor het helpen. Het is goed zo.’
Els schudt nee. ‘Je hebt het verdiend. Kom je snel weer?’
Braaf pak ik de tas aan. Ze bedoelt het zo goed, dan kan ik toch geen nee zeggen. In de auto werp in een blik in de tas. Ik zie een zakje met rubberen handschoenen, plastic knijpers en tip-ex. Ik zie iets van een toilettas, post-it blaadjes en inktpatronen. Verder ontdek ik nog een apparaatje om nagels te drogen en nog veel meer. Er komt vast nog wel iets over op papier te staan. Els bedoelt het altijd goed, denk ik maar.
Thuis gekomen zet ik de rozen in het water. De tas zet ik in een hoekje.

Als ik de volgende ochtend de keuken binnen loop, valt mijn mond open. De koppen van de rozen hangen armoedig naar beneden. De blaadjes aan de takken zijn bruin en verschrompeld. De vaas staat nog vol met water, ik snap er niks van.
Uit de la pak ik knijpers en voorzichtig knijper ik de blaadjes aan de steel vast. Met een elastiekje goochel ik de bloemknoppen overeind. Dan heb ik in elk geval nog één dag plezier van de bos, gekregen van Els.

collage

Aandachtspuntje: Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.

 

Over schrijverskant

Schrijven is mijn lust en mijn leven, daar zijn o.a. twee kinderboeken uit voorgekomen, De gekleurde heks en De heks van Villa Zeldenrust. Nu met een blog begonnen en dat werkt verslavend. Ik probeer elke week, rond de vrijdag, een nieuw verhaal te plaatsen. Verder hou ik van poppenkast spelen, hardlopen, breien, haken, kleding ontwerpen en maken een dag duurt voor mij tekort.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op 102. Geknijperde bloemen

  1. Cees zegt:

    Vriendschap vereist tolerantie !

    Like

  2. Dat is heel mooi gezegd. Dank je wel.

    Liefs Anita.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s