101 Permanent Masker

Mijn wereld ziet er, sinds het Cornavirus zijn intrede heeft gedaan, anders uit. Een van de dingen waar een stop op is gezet, is de sportschool. Vandaar dat ik om de dag hardloop en touwtje spring. Dat doe ik ’s morgens vroeg omdat het dan stil is op straat. Ook is het een fijne start van de dag, omdat ik me daarna heerlijk fit voel. Één nadeel, ik ben geen vroegopstaanmens. Het bed in de ochtend is voor mij een Wellness. Hoe lukt het me toch? Eigenlijk lijkt het op een comedy. Een dag van te voren spreek ik mezelf toe en zet ik de wekker op 6.05, 6.15, 6.20, 6.30 en 6.45 in de hoop dat ik er dan om 7.00 uur uit ga. Ik houd mezelf natuurlijk gigantisch voor de gek. Maar het idee dat ik de wekker een paar keer uit kan zetten voordat ik eruit hoef, geeft me rust. Als ik eenmaal één been over de rand gezwengeld heb, ga ik als de brandweer. Start ik met touwtje springen, ren ik als Zoef de haas de polder in om een rondje van gemiddeld 6 km hard te lopen. Daarna rekken en strekken tot slot duik het bad in of onder de douche.

Vandaag was een rendag en verheugd schrijf ik dat ik de wekker maar één keer hoefde uit te drukken. Uiteindelijk heb ik zes kilometer hard gelopen en 1100 sprongen gemaakt met touw springen. Om mezelf te belonen besluit ik in bad te gaan. Dat is net als een kers op de taart. In de badkamer gekomen valt mijn oog op het mandje met maskers dat boven op een kastje staat.
‘Tijd genoeg dus waarom niet’, denk ik hardop. De schoonheidsspecialiste is ook al gesloten, ik mis de behandelingen. Hoewel de rimpels in mijn gezicht stabiel blijven. Op goed gevoel pak ik een zakje met een verpakking dat eruit ziet of het uit het jaar kruik komt. Ik meen me te herinneren dat ik die van mijn vriendin Els heb gekregen. Meteen gaan er alarmbellen rinkelen. De tekst op het zakje is lastig te lezen, maar ik zie nog wel dat er staat vermijd de ogen. ‘Dat is niet bijzonder voor een masker,’ grinnik ik in mezelf. Verder lees ik het woord gezicht. ‘Dat moet goed komen,’ mompel ik hardop. Ik scheur het zakje open. Er komt een bijzonder ruikende rode substantie uit. Ik aarzel en ik aarzel. Ik probeer de geur te achterhalen. Modder is wat het dichtste bij komt, dat is normaal voor huidverzorgingsproducten. Voorzichtig wrijf ik de substantie over mijn gezicht uit en stap het bad in. Het sop danst gezellig om me heen, het warme water voelt heerlijk en ik denk: Wat kan het leven toch heerlijk zijn. Ik pak mijn boek en een uur lang verdwijn ik in mijn verhaal.

De zin: ‘Wil je een bakkie?’ haalt me uit de droomwereld. In de deuropening staat mijn man. Ik zie ogen zo groot als schoteltjes en hij bijt op zijn lip. Ik ben me ervan bewust dat die rode kleilaag op mijn toet lachwekkend moet zijn. Mijn man heeft meer met dit bijltje gehakt en weet dat ik soms niet mag praten als ik er zo uit zie. Dat in verband met scheurgevaar. Als ik wil antwoorden, lijkt mijn mond in beton gegoten. Een rare gewaarwording kan ik je vertellen. Vast zo’n masker dat hard wordt, denk ik nog in mijn onschuld. ‘Ik zie het al,’ grinnikt mijn man. ‘Het is weer zover. Ik had al een vermoeden. Wees gerust, ik maak je niet aan het lachen.’ Zijn lichaamstaal zegt anders en het antwoord werkt op mijn lachspieren. Van binnen proest ik, maar de buitenkant werkt niet mee. Er springt niet eens een barst in de roestbruine massa. Ik steek mijn duim in de lucht en knik nee. Daarmee wil ik zeggen. ‘Ik kom eruit, het gaat niet goed met me.’ Op de een of andere manier straal ik mijn paniek uit, want mijn man zegt. ‘Ik denk dat ik weet wat je nodig hebt. Even geduld.’
Hij loopt de trap af naar beneden. Ik hoor gerommel in de keukenla. Na ongeveer vijf minuten staat hij naast het bad. Met een glimlach van oor tot oor laat hij zijn hulpmiddelen zien. In zijn linkerhand houdt hij een hamer met beitel vast. In zijn rechterhand een plamuurmes. De spullen legt hij op de badmat. ‘Succes, ik hoor wel als je hulp nodig hebt. En ik heb een donkerbruin vermoeden dat iets van vriendin Els op je gezicht gesmeerd heb. Heb je naar de houdbaarheidsdatum gekeken.’ Hij heeft waarschijnlijk gelijk, maar ik blijf uitdrukkingsloos. Mijn gezicht wordt in de plooi gehouden door die hoogst waarschijnlijk overdedatum rotzooi. Ik kijk naar de spullen op de grond. Echt flauw dit. Het is maar goed dat ik gekooid ben, anders was mijn reactie wel anders geweest. Met water probeer ik het masker zachter te maken, maar het blijft als beton aanvoelen. Het zit me niet lekker. Mijn hartslag loopt op, ik moet iets anders bedenken. Adrenaline giert door mijn lijf. Als een meid van twintig spring ik het bad uit. Als ik voor de spiegel sta slik ik hoorbaar. Mijn gezicht heeft de kleur van Sedona zand. Rood en korrelig. Als ik mijn wang aanraak lijkt hij steen geworden. Dat geldt dus voor mijn hele gezicht. Voorzichtig wrijf ik erover met een washand. Het maker is onvermurwbaar. Het blijft hard en mijn gezicht bedekken. Mijn hart klopt nog sneller en een stemmetje in mijn hoofd bromt. ‘Waarom smeer je er ook iets op wat van Els komt.’ Ik pak het zakje uit de prullenbak en lees nog een goed wat erop staat. Onderaan in hele kleine lettertjes staat. Niet meer gebruiken na 2-5-1999. Ik kijk nog eens goed, die eerste 1 is vast een 2. Niet dus. Mijn hart bonkt in mijn keel, mijn ademhaling stijgt. Hoe krijg ik die zooi er nu vanaf en wat komt eronder vandaan. Ik leg een handdoek in warm water en ga op bed liggen met de natte warme doek op mijn gezicht. Nu voelt mijn bed niet als geweldig en de minuten duren uren. Er spookt van alles door mijn hoofd. Gelukkig ook positieve dingen, zoals: Gelukkig heb ik al gerend en zijn de boodschappen binnen en mag ik geen afspraken vanwege het virus. Zit er toch nog een voordeel aan die akelige Corona. Na een half uur kan ik mijn kaak heen en weer bewegen. Uiteindelijk krijg ik die rode zooi weer van mijn gezicht. Wat eronder vandaan komt valt alles mee. Beetje rode wangen, maar dat is niet verkeerd. Een pak van mijn hart. Ik neem het gereedschap mee naar beneden en loop de kamer in. Misschien kan ik er nog iets ‘Wat heb je een lekker kleurtje,’ grinnikt mijn man. ‘Het staat je goed.’ Dit antwoord had ik niet verwacht. Hopelijk onzichtbaar verschuil ik de meegenomen spullen achter mijn rug en antwoord. ‘Dank je wel. Lief van je.’ Achteruitlopend verlaat ik de kamer en ruim geruisloos het gereedschap op.

Aandachtspunt: Zoek voordat je iets op je toet smeert, eerst de houdbaarheidsdatum op.

Over schrijverskant

Schrijven is mijn lust en mijn leven, daar zijn o.a. twee kinderboeken uit voorgekomen, De gekleurde heks en De heks van Villa Zeldenrust. Nu met een blog begonnen en dat werkt verslavend. Ik probeer elke week, rond de vrijdag, een nieuw verhaal te plaatsen. Verder hou ik van poppenkast spelen, hardlopen, breien, haken, kleding ontwerpen en maken een dag duurt voor mij tekort.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

6 reacties op 101 Permanent Masker

  1. Cees zegt:

    Een mooi verhaal , die wel “een beetje dom ” op roept.

    Like

    • Boots zegt:

      Ha, ha, acht ja dom? Zit ook een beetje in de opvoeding. Vooral niks weggooien dat is zonde. Gelukkig heb ik een dikke huid.

      Like

  2. markaaldert zegt:

    Mooi geschreven kan iedereen gebeuren 😀 😀 😀

    Like

  3. Jolanda Spanjaard zegt:

    Fantastisch en zo herkenbaar!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s