98. Van cake naar in-en-uitloopkast

Een paar keer per jaar ga ik naar gastenverblijf Kasteel Slangenburg in Doetinchem om te schrijven. Het is altijd weer leuk om te kijken of er bekenden zijn, maar zeker ook om weer nieuwe mensen te ontmoeten.
De namen zijn fictief in deze blog. De personages wellicht aangedikt. Het verhaal is geschreven naar aanleiding van een gesprek, dat van een plak cake overging naar een geniaal idee voor een milieuvriendelijke in-en-uitloopkast.

Van cake naar een in-en-uitloopkast.

De huiskamer is vol als ik binnen loop. Ik scan snel en zie twee bekenden. Martin en Boudewijn. Ze voeren een geanimeerd gesprek met twee dames. Ik begin ergens anders met een voorstelrondje en doe mijn best alle namen te onthouden. Een tiental gasten zitten verspreid. Als laatste ga ik naar de linker zithoek, waar mijn bekenden zitten. Even twijfel ik want het lijkt of iemand zich op zit te winden over een plak cake. Om niets te zeggen vind ik ook onbeleefd dus ik strek mijn hand uit naar de druk bewegende dame, die op de bank naast Boudewijn zit. Ze oogt iets belegen en haar wenkbrauwen staan in een v vorm. In haar voorhoofd zit een diepe groef, ik weet niet of ze die er nu in trekt vanwege een cakeperikel, of dat het de jaren zijn die haar tekenen.
‘Ik zal me even voorstellen,’ zeg ik.
Mijn hand wordt beetgepakt als een prooi.
‘Tiny,’ zegt de vrouw. ‘Aangenaam.’ Haar toon is kort en krachtig. Die heeft haar op haar tanden flitst er door mijn hoofd. Het is een gevoel en aanname die me overvallen. Geen mooie eigenschap van mezelf vind ik. Een grimmige sfeer hangt er rond het bankstel. De man naast Tiny ken ik en had in de hal al begroet. ‘Dag Anita,’ zegt Boudewijn.
Ik buig lichtjes door de knieën. ‘We hebben vanmorgen elkaar al een hand geven. Fijn je weer te zien.’
Martin die aan de leestafel tegenover het bankstel zit fronst zijn wenkbrauwen.
‘Daar kijk je van op hè,’ lacht Boudewijn. ‘We hebben zelfs gezoend.’ Na deze zin slaat Boudewijn twee handen voor zijn mond. Zijn ogen glinsteren en hij zakt iets onderuit. Tiny’s gezicht verzuurd.
‘Toe maar,’ zegt Martin.
Ik raak hem even aan. ‘Leuk je weer te zien, maar ik hoor dat je na de warme maaltijd weer vertrekt. ‘Jammer.’
Martin lacht. ‘Zeker jammer. Mijn hand reikt naar zijn buurvrouw. Een vrouw, slank postuur, gekleed in een beige trui. ‘Anita,’ zeg ik, ‘en wie bent u?’
Ik ontvang een vriendelijke hand. ‘Jenny.’
‘Mag ik erbij komen zitten?’ vraag ik omdat iedereen in gesprek is met elkaar.
‘Natuurlijk mag dat,’ antwoorden Jenny en Martin tegelijk.
‘Maar we hebben het niet meer over cake,’ zegt Jenny.
In mijn ooghoeken zie ik de ogen van Tiny maat schoteltjes krijgen. Verder opent ze haar mond, maar even snel sluit ze die weer. Jenny zie ik richting de bank kijken. Ze fluistert bijna onhoorbaar. ‘Over cake geen woord meer.’
Tiny schuift naar voren.
‘Het woord cake mag niet meer,’ zegt Martin met een glimlach als een jochie van tien. Hij beweegt bijna onzichtbaar zijn hand naar rechts. ‘Dat ligt nogal gevoelig aan de overkant. Oftewel als blikken konden doden dan…’
‘Blikken daar bak je lekkere cakes in,’ flap ik eruit. Het wordt verdacht stil om me heen. Ik heb duidelijk iets gemist. Ik kan niet laten er toch op in te haken. Betekent dat ook, dat er niet gepraat mag worden over wat er in dit baksel gaat?’ In mijn ooghoeken houd ik Tiny in de gaten. Het lijkt of haar wangen opbollen en verkleuren tot bloedkoraal rood. Martin schudt heftig nee.
‘Dus ook geen eieren, boter, meel of…’ dan zwijg ik.
Jenny stoot me aan. ‘Dat ligt gevoelig hier.’
Op dat moment komt Anneke de gastvrouw, met een schaal gele plakken, waarvan ik de naam niet meer mag noemen, aangelopen. ‘Wil je een plakje cake?’
‘Nee, dank je,’ zeg ik. ‘Die laat ik maar liggen.’
‘Dat is nou jammer,’ zucht Jenny. ‘Ik heb ook niet genomen en als jij nu had genomen dat wist ik in elk geval wie mijn plakje cake had gekregen.’
Het duizelt me even en ik frons mijn voorhoofd. ‘Wilde jij ook niet?’
‘Nee en nu dacht ik dan krijg jij hem. Ik ben nu wel iets van teleurgesteld,’ zegt Jenny.
Tiny wipt van haar ene op haar andere bil. Ze kucht luid. Om de sfeer niet nog grimmiger te maken, gooi ik geen kooltjes meer op het vuur. De gastvrouw die koffie brengt zorgt voor lucht in de situatie. Wat is het heerlijk om weer in Slangenburg te zijn, denk ik. Nog koud tien minuten binnen en ik val alweer in een grappig gesprek. Alsof ik niet weg geweest ben.
Ik kijk naar Marten en dan naar Jenny. Ik ben razend nieuwsgierig waar het nu eigenlijk om draait en wat ik gemist heb. Het lijkt me echter verstandig van onderwerp te veranderen. ‘Was het druk afgelopen dagen?’
‘Het was rommelig,’ zei Martin. Veel wisseling van gastvrouwen en heren. Daar kwam nog bij dat er een nieuwe vaatwasser is aangeschaft.’
Anneke begint te lachen.
‘Wat is daar leuk aan?’ vraag ik.
‘Niks leuk,’ zegt Martin. ‘Alleen maar kommer en kwel. Dat ding heeft andere standen dan het vorige apparaat en dus afwijkende tijden. In plaats drieëndertig minuten doet de vaatwasser er nu vijfenveertig minuten over. Het was maar goed dan gastheer Peter er alle verstand van heeft. Die moest elke keer weer uitleggen hoe dat ding werkte. Tijd is hier belangrijk anders komt het programma in de war.’
‘Waarom hebben ze niet zo’n restaurantmachine,’ zegt Jenny. ‘Die zet je aan en na twee minuten is het hup klaar.’
‘Goed voor het milieu,’ zeg ik. ‘Een kind kan de was doen.’
‘Eigenlijk niet,’ zegt Jenny. Het schijnt dat die snel programma’s heel slecht voor het milieu zijn.
Dan moet zo’n apparaat in een korte tijd al zijn energie stoppen in wat normaal heel lang duurt.’
‘Ik merk dat ik toch vaker een ander wasprogramma moet gaan gebruiken. Ik zet mijn wasmachine vaak op het programma van twintig minuten.’
‘Misschien moeten we helemaal niet meer gaan wassen,’ zegt Martin.
Jenny gaat rechtop zitten. Ze wriemelt wat aan haar trui. ‘Dan gooien we onze kleding gewoon weg als het vies is.’
Tiny’s aandacht verslapt en begint een gesprek met Boudewijn. Mijn hoofd zit nog bij het wassen hoe dat eruit komt te zien als niemand zich meer wast.
Jenny haalt haar schouders op. ‘Dan maakt het niet meer uit of je er wat smoezelig uitziet. Nemen we alles wat minder nauw.’
‘Ik weet niet of ik dat een fijn idee vind. Het moet toch ook anders kunnen. Het is wel goed voor het milieu en de economie. In mijn hoofd draait een film. Al mijn lievelingsjurken zie ik verdwijnen in de clico. ‘Wat als het nou een lievelings kledingstuk is?’
Martijn helt voorover, zet zijn ellenbogen op tafel en zijn handen onder zijn kin. ‘Tja, dat doet wel pijn.’
‘We kunnen het ook recyclen,’ zeg ik. ‘Loop je een winkel in, kleed je je uit. Loop je door en zoek je iets nieuws uit. Net een in en uitloopkast.’
Martin slaat met zijn hand op de tafel. ‘Dat wordt een hit, dit is het helemaal.’
Jenny neemt het gesprek over. ‘Dan wordt daar alles op een grote hoop gegooid en als de ‘grote’ machine vol zit dan wordt er een was gedraaid.’
‘Never a dull wardrobe,’ voegt Martin toe. ‘Een soort wisseltruck. Wel met paskamers als tussendeel.’
Iedereen filmen had nu geweldig geweest. De gezichten spreken boekdelen. Iedereen ziet er gepassioneerd uit. Bruisend van ideeën worden geboren. Mijn gedachten gaan uit naar een ruilhandel iets met gesloten beurzen. Ik denk ook aan het concept van de bibliotheek.
‘Zoals bij een bibliotheek,’ zeg ik.
Martin steekt zijn wijsvinger in de lucht. ‘Geniaal, dan is er een soort uitleensysteem.’
Jenny lacht. ‘En als je te laat bent dan betaal je boete. Ook weer goed voor geld in het laatje.’
‘En als je nu een kledingstuk wil houden? Mag je het dan verlengen?’ vraag ik. Iedereen knikt volmondig ja.
‘Maar er is een limiet,’ zegt Martin. ‘Drie keer verlengen mag, daarna niet meer.’
Jenny tikt Martin aan. ‘Het kan ook zijn dat je denkt, hé daar loopt mijn vrouw, maar dan is het jurkje van je vrouw.’
Het werkt op onze lachspieren. We merken dat de andere mensen in de huiskamer steeds onze kant op kijken. Gelukkig zijn het lachende gezichten.
‘Het kan ook zover gaan dat je zoiets met partners doet,’ zeg ik aarzelend. Deze opmerking veroorzaakt een zwijgend geheel. ‘Dat gaat natuurlijk te ver,’ zeg ik.
‘Dat weet ik nog zo net niet,’ zegt Martijn. ‘Ik denk dat wij hiermee een gat in de markt hebben bedacht. ‘Een super concept voor een milieuvriendelijke samenleving.’
Het gesprek gaat nog door en er volgen nog een aantal concepten. Iets met een instituut voor het uitlenen van je huisdieren. Of zelfs kinderen. Het is teveel voor één blog, maar wie weet heeft dit muisje nog een staartje. Of om in het thema te blijven. Krijgt deze cake ooit nog een toefje slagroom.

ANITABOOTS6

Aandachtspunt: In gesprek met elkaar ontstaan de origineelste

Over schrijverskant

Schrijven is mijn lust en mijn leven, daar zijn o.a. twee kinderboeken uit voorgekomen, De gekleurde heks en De heks van Villa Zeldenrust. Nu met een blog begonnen en dat werkt verslavend. Ik probeer elke week, rond de vrijdag, een nieuw verhaal te plaatsen. Verder hou ik van poppenkast spelen, hardlopen, breien, haken, kleding ontwerpen en maken een dag duurt voor mij tekort.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

8 reacties op 98. Van cake naar in-en-uitloopkast

  1. markaaldert zegt:

    Dat is toch leuk zulke gesprekken moet kunnen lol ik zou daar ook zo wel bij kunnen zitten 😀😀😀. Dat zijn wel leuke gesprekken.

    Like

  2. Vitamientje zegt:

    Heel leuk weergegeven
    Ik zie het voor me hi hi
    Net of ik er bij ben
    Ik hou wel van zulke wendingen

    Like

  3. Polly zegt:

    Leuk verhaal! 🙂

    En voor mij meteen een reminder dat ik ook weer eens een paar dagen Slangenburg “moet” boeken. 😉

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s