102. Geknijperde bloemen

De verhalen die ik schrijf nemen je mee naar een wereld waar fictie en werkelijkheid door elkaar lopen.

Ik ben nog geen twee tellen bij Els binnen of ze duwt een bos rozen in mijn handen. De doornen prikken door het papier in mijn vingers. ‘Au’, roept ik ongewild, maar de gift was iets te enthousiast geven.
‘O ja,’ gniffelt mijn vriendin. ‘Er zitten doornen aan. Jij mag ze hebben, ik hou niet van bloemen.’
Ik leg de bos op het aanrecht. ‘Dank je wel.’
Els trekt nonchalant haar schouders op. ‘Je moet ze nu in het water zetten. Ze drogen anders uit. Bloemen hebben vocht nodig.’
Ik wijs naar mijn haar. ‘Dank je voor de tip. Tja blond hè!’
Els fronst haar wenkbrauwen. ‘Neem je me nu in de maling?’
‘Natuurlijk niet,’ grijns ik.
Mijn vriendin gaat voor me staan. Eigenlijk iets te dicht in mijn aura. Met kleine stapjes schuifel ik naar achteren. Els zet haar bril halverwege haar neus. Ze buigt zich naar voren en pakt een pluk haar. Ik voel me net een kind op school die luizencontrole krijgt.
Els zet haar bril weer recht. ‘Nou je het zegt. Je haar lijkt wel blonder en het zit wilder.’
‘Praat me er niet van,’ brom ik. Eigenlijk had ik het overdedatumverhaal willen verzwijgen.
‘Wat bedoel je?’ zegt Els terwijl ze naar het koffiezetapparaat wijst. ‘Je mag wel koffie zetten. Of drink je liever thee? Dan moet je de waterkoker aanzetten.’
Ik zucht, ik zwijg en ga in de actie. ‘Weet je nog dat ik shampoo van je heb gekregen?’
Els loopt de keuken uit en knikt. ‘Ja dat henne of hennaspul, dat gebruik ik niet. Ooit in een opwelling gekocht, omdat het in de aanbieding was.’
‘Weet jij nog wanneer ‘ooit’ was?’
‘Wat zeg je,’ roept Els vanuit de huiskamer. ‘Ik hoor het niet.’
‘Of je wil het niet horen,’ mompel ik. Dit antwoord schiet er spontaan uit. Ik krijg geen reactie uit de kamer en op dit moment komt de doofheid van Els me goed uit.
Ik zet het koffiezetapparaat aan en loop van de keuken naar de kamer. Naast Els plof ik op de bank. Ze kijkt me aan of ik een museumstuk ben. ‘Ik denk dat eens een kleurtje in je haar moet doen. Dat kun je bij de drogist kopen. Of misschien heb ik nog wel haarverf liggen.’
Alsof ik op een speldenkussen ben gaan zitten vlieg ik op. Mijn hart bonst in mijn keel en filmbeelden met de gruwelijkste ongelukken spoken door mijn hoofd. Ik loop rood aan.
‘Wat heb jij nou?’ vraagt Els.
Even blijf ik staan en adem diep in en uit. Rustig ga ik weer zitten. ‘Niks, behalve dat ik geen spullen meer nodig heb. Althans geen artikelen meer die over de datum zijn. Zoals die shampoo die je aan me gegeven heb. Ik wacht geen reactie van Els af. Kordaat sta ik op en zeg. ‘De koffie is klaar.’
‘Ach die data op de verpakking, dat is geldklopperij.’
Ik kan even geen woord meer uitbrengen en loop naar de keuken. In een aanrechtkastje vind ik twee mokken. Ik snijd twee plakken van mijn eigengebakken cake af en schenk de koffie in. Alles zet ik op een dienblad en loop de kamer weer in.
Als ik de spullen op tafel neerzet zegt Els: ‘O nee, die mok die moet ik niet hoor. Ik heb altijd mijn eigen kopje. Die staat op het aanrecht, het is die groene.’
Ik tel in mezelf: ‘tien, negen, acht, zeven…..’ tot ik bij één ben. Ik pak Els’ mok van tafel en loop met gerechte schouders en rustige tred naar de keuken. Daar giet ik alles over in de gifgroenkleurige plakkende beker van mijn vriendin.
‘Zet maar op de tafel,’ zegt Els. ‘Het is nog te heet om te drinken. Lekker die cake, is dat van de cakemeel die ik je gegeven heb?’
‘Ik geloof het wel,’ lieg ik. Ik zeg maar niet dat ik die zooi van haar in de kliko gegooid heb. Toen ik de verpakking opendeed, voordat ik nog naar de uiterste houdbaarheidsdatum had gekeken, zag ik dingen in het meel bewegen, die wil jij niet in je cake hebben. Mijn man moest lachen bij het zien van mijn gezicht. ‘Die beestjes gaan wel dood hoor in een oven van 220 graden,’ zei hij zonder een spier te verrekken. ‘Ik vraag maar niet waar dat spul vandaan komt.’
Els grijpt mijn arm. ‘Gezellig dat je er weer bent. Maar wat zei je nou over je haar en een datum.’
Ik pak mijn telefoon en zoek een foto op die ik had genomen na mijn haarwasbeurt met het spul van Els. Het beeld houd ik voor het gezicht van mijn vriendin. ‘Zo zag ik eruit nadat ik mijn haar met die shampoo van jou gewassen had.’
Het blijft stil naast me. Els schuift haar bril half op haar neus en daarna weer terug. Ze kijkt naar mij en dan weer naar de foto.
‘Hoe heb je het weer goed gekregen en sorry hoor.’
Voordat ik verder ga vertellen pak ik mijn koffie. ‘Dat was nog een hele toer. Het kwam denk ik omdat de shampoo erg over de datum was. Dat kan dus niet.’
Els kucht en wipt van haar ene op haar ander bil. ‘Dat wist ik ook niet. Ik zal je een goede raad geven. Je moet die shampoo maar gebruiken om de wc schoon te maken. Dan maak je er een sopje van.’
Van binnen voel ik het koken. ‘Els, die troep heb ik weggegooid. Het is gewoon zooi, waarschijnlijk springen de barsten in de pot als ik dat overdedatummelange erin doe.’
Els zwijgt en staart in haar kopje. Even lijkt het of ze haar neus ophaalt. We drinken onze koffie op en daarna gaan we opruimen.
Aan het einde van de dag neem ik de rozen voorzichtig mee. Els is dankbaar voor alle hulp en op de valreep duwt ze nog een tas in mijn hand.
‘Een goodie-bag voor jou, voor het helpen.’
Ik geef de tas terug. ‘Els ik hoef echt niks voor het helpen. Het is goed zo.’
Els schudt nee. ‘Je hebt het verdiend. Kom je snel weer?’
Braaf pak ik de tas aan. Ze bedoelt het zo goed, dan kan ik toch geen nee zeggen. In de auto werp in een blik in de tas. Ik zie een zakje met rubberen handschoenen, plastic knijpers en tip-ex. Ik zie iets van een toilettas, post-it blaadjes en inktpatronen. Verder ontdek ik nog een apparaatje om nagels te drogen en nog veel meer. Er komt vast nog wel iets over op papier te staan. Els bedoelt het altijd goed, denk ik maar.
Thuis gekomen zet ik de rozen in het water. De tas zet ik in een hoekje.

Als ik de volgende ochtend de keuken binnen loop, valt mijn mond open. De koppen van de rozen hangen armoedig naar beneden. De blaadjes aan de takken zijn bruin en verschrompeld. De vaas staat nog vol met water, ik snap er niks van.
Uit de la pak ik knijpers en voorzichtig knijper ik de blaadjes aan de steel vast. Met een elastiekje goochel ik de bloemknoppen overeind. Dan heb ik in elk geval nog één dag plezier van de bos, gekregen van Els.

collage

Aandachtspuntje: Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

101 Permanent Masker

Mijn wereld ziet er, sinds het Cornavirus zijn intrede heeft gedaan, anders uit. Een van de dingen waar een stop op is gezet, is de sportschool. Vandaar dat ik om de dag hardloop en touwtje spring. Dat doe ik ’s morgens vroeg omdat het dan stil is op straat. Ook is het een fijne start van de dag, omdat ik me daarna heerlijk fit voel. Één nadeel, ik ben geen vroegopstaanmens. Het bed in de ochtend is voor mij een Wellness. Hoe lukt het me toch? Eigenlijk lijkt het op een comedy. Een dag van te voren spreek ik mezelf toe en zet ik de wekker op 6.05, 6.15, 6.20, 6.30 en 6.45 in de hoop dat ik er dan om 7.00 uur uit ga. Ik houd mezelf natuurlijk gigantisch voor de gek. Maar het idee dat ik de wekker een paar keer uit kan zetten voordat ik eruit hoef, geeft me rust. Als ik eenmaal één been over de rand gezwengeld heb, ga ik als de brandweer. Start ik met touwtje springen, ren ik als Zoef de haas de polder in om een rondje van gemiddeld 6 km hard te lopen. Daarna rekken en strekken tot slot duik het bad in of onder de douche.

Vandaag was een rendag en verheugd schrijf ik dat ik de wekker maar één keer hoefde uit te drukken. Uiteindelijk heb ik zes kilometer hard gelopen en 1100 sprongen gemaakt met touw springen. Om mezelf te belonen besluit ik in bad te gaan. Dat is net als een kers op de taart. In de badkamer gekomen valt mijn oog op het mandje met maskers dat boven op een kastje staat.
‘Tijd genoeg dus waarom niet’, denk ik hardop. De schoonheidsspecialiste is ook al gesloten, ik mis de behandelingen. Hoewel de rimpels in mijn gezicht stabiel blijven. Op goed gevoel pak ik een zakje met een verpakking dat eruit ziet of het uit het jaar kruik komt. Ik meen me te herinneren dat ik die van mijn vriendin Els heb gekregen. Meteen gaan er alarmbellen rinkelen. De tekst op het zakje is lastig te lezen, maar ik zie nog wel dat er staat vermijd de ogen. ‘Dat is niet bijzonder voor een masker,’ grinnik ik in mezelf. Verder lees ik het woord gezicht. ‘Dat moet goed komen,’ mompel ik hardop. Ik scheur het zakje open. Er komt een bijzonder ruikende rode substantie uit. Ik aarzel en ik aarzel. Ik probeer de geur te achterhalen. Modder is wat het dichtste bij komt, dat is normaal voor huidverzorgingsproducten. Voorzichtig wrijf ik de substantie over mijn gezicht uit en stap het bad in. Het sop danst gezellig om me heen, het warme water voelt heerlijk en ik denk: Wat kan het leven toch heerlijk zijn. Ik pak mijn boek en een uur lang verdwijn ik in mijn verhaal.

De zin: ‘Wil je een bakkie?’ haalt me uit de droomwereld. In de deuropening staat mijn man. Ik zie ogen zo groot als schoteltjes en hij bijt op zijn lip. Ik ben me ervan bewust dat die rode kleilaag op mijn toet lachwekkend moet zijn. Mijn man heeft meer met dit bijltje gehakt en weet dat ik soms niet mag praten als ik er zo uit zie. Dat in verband met scheurgevaar. Als ik wil antwoorden, lijkt mijn mond in beton gegoten. Een rare gewaarwording kan ik je vertellen. Vast zo’n masker dat hard wordt, denk ik nog in mijn onschuld. ‘Ik zie het al,’ grinnikt mijn man. ‘Het is weer zover. Ik had al een vermoeden. Wees gerust, ik maak je niet aan het lachen.’ Zijn lichaamstaal zegt anders en het antwoord werkt op mijn lachspieren. Van binnen proest ik, maar de buitenkant werkt niet mee. Er springt niet eens een barst in de roestbruine massa. Ik steek mijn duim in de lucht en knik nee. Daarmee wil ik zeggen. ‘Ik kom eruit, het gaat niet goed met me.’ Op de een of andere manier straal ik mijn paniek uit, want mijn man zegt. ‘Ik denk dat ik weet wat je nodig hebt. Even geduld.’
Hij loopt de trap af naar beneden. Ik hoor gerommel in de keukenla. Na ongeveer vijf minuten staat hij naast het bad. Met een glimlach van oor tot oor laat hij zijn hulpmiddelen zien. In zijn linkerhand houdt hij een hamer met beitel vast. In zijn rechterhand een plamuurmes. De spullen legt hij op de badmat. ‘Succes, ik hoor wel als je hulp nodig hebt. En ik heb een donkerbruin vermoeden dat iets van vriendin Els op je gezicht gesmeerd heb. Heb je naar de houdbaarheidsdatum gekeken.’ Hij heeft waarschijnlijk gelijk, maar ik blijf uitdrukkingsloos. Mijn gezicht wordt in de plooi gehouden door die hoogst waarschijnlijk overdedatum rotzooi. Ik kijk naar de spullen op de grond. Echt flauw dit. Het is maar goed dat ik gekooid ben, anders was mijn reactie wel anders geweest. Met water probeer ik het masker zachter te maken, maar het blijft als beton aanvoelen. Het zit me niet lekker. Mijn hartslag loopt op, ik moet iets anders bedenken. Adrenaline giert door mijn lijf. Als een meid van twintig spring ik het bad uit. Als ik voor de spiegel sta slik ik hoorbaar. Mijn gezicht heeft de kleur van Sedona zand. Rood en korrelig. Als ik mijn wang aanraak lijkt hij steen geworden. Dat geldt dus voor mijn hele gezicht. Voorzichtig wrijf ik erover met een washand. Het maker is onvermurwbaar. Het blijft hard en mijn gezicht bedekken. Mijn hart klopt nog sneller en een stemmetje in mijn hoofd bromt. ‘Waarom smeer je er ook iets op wat van Els komt.’ Ik pak het zakje uit de prullenbak en lees nog een goed wat erop staat. Onderaan in hele kleine lettertjes staat. Niet meer gebruiken na 2-5-1999. Ik kijk nog eens goed, die eerste 1 is vast een 2. Niet dus. Mijn hart bonkt in mijn keel, mijn ademhaling stijgt. Hoe krijg ik die zooi er nu vanaf en wat komt eronder vandaan. Ik leg een handdoek in warm water en ga op bed liggen met de natte warme doek op mijn gezicht. Nu voelt mijn bed niet als geweldig en de minuten duren uren. Er spookt van alles door mijn hoofd. Gelukkig ook positieve dingen, zoals: Gelukkig heb ik al gerend en zijn de boodschappen binnen en mag ik geen afspraken vanwege het virus. Zit er toch nog een voordeel aan die akelige Corona. Na een half uur kan ik mijn kaak heen en weer bewegen. Uiteindelijk krijg ik die rode zooi weer van mijn gezicht. Wat eronder vandaan komt valt alles mee. Beetje rode wangen, maar dat is niet verkeerd. Een pak van mijn hart. Ik neem het gereedschap mee naar beneden en loop de kamer in. Misschien kan ik er nog iets ‘Wat heb je een lekker kleurtje,’ grinnikt mijn man. ‘Het staat je goed.’ Dit antwoord had ik niet verwacht. Hopelijk onzichtbaar verschuil ik de meegenomen spullen achter mijn rug en antwoord. ‘Dank je wel. Lief van je.’ Achteruitlopend verlaat ik de kamer en ruim geruisloos het gereedschap op.

Aandachtspunt: Zoek voordat je iets op je toet smeert, eerst de houdbaarheidsdatum op.

Geplaatst in Geen categorie | 6 reacties

100. Alias Paashaas

 De verhalen die ik schrijf nemen je mee naar een wereld waar fictie en werkelijkheid door elkaar lopen. Dus lees alles met deze waarheid in je achterhoofd.

Mijn vriendin Els heeft tijdens haar hele leven spullen verzameld. Jarenlang aanbiedingen gekocht en spullen die langs de weg stonden meegenomen. Ze is inmiddels 68 jaar. Je kunt je voorstellen dat de eengezinswoning, waar ze in woont, propvol staat. Uiteraard heeft ze dat met een ‘goede’ reden gedaan. Het was voor een appeltje voor de dorst. Na een werkzaam leven een winkeltje willen beginnen om de verzameling te verkopen. Daarna iets leuks doen van het verdiende geld.

Ik leerde Els via Wordfeud kennen. Een vriendschap ontstond door de chat. Els las dat ik dingen aan het verzamelen was voor de rommelmarkt van mijn koor. Ze bood spullen aan. Zo zijn we lijfelijk in contact gekomen. Later zijn we vriendinnen geworden. De droom van het winkeltje ging in rook op, waardoor het huis vol bleef en Els nu tussen dozen vol met spullen woont. Al ruim drie jaar help ik haar met opruimen. Niks mag zomaar weg, alles moet een doel hebben. Zelfs veters of een verroestte spijker, maar daarover later meer. Verkopen lukt bijna niet. Veel dingen zijn verouderd, vergaan, over de datum, maar ook de tijd is veranderd. Af en toe dan krijg ik wat van Els voor school, voor mezelf of anderen die ik ken. Er gaat ook een deel naar de kringloop. Dit even ter voorbereiding van mijn verhaal.

‘Neem jij die maar,’ zegt Els. Ze duwt een fles shampoo in mijn handen.                                  Ik pak het aan. Hennashampoo. Ik frons mijn wenkbrauwen. ‘Als het maar geen kleurshampoo is of zo.’                                                                                                                       Els woelt met een hand door haar haren. Soepeltjes gaat dat niet.                                                ‘Heerlijk spul hoor, voel eens hoe zacht mijn haar is.’ Met veel moeite wurmt ze haar vingers los uit de haardos. ‘Let niet op de klitten, die heb ik altijd.’                                          Ik slik hoorbaar, ik had net bedacht niks te zeggen over de toestand van het kapsel van mijn vriendin. Coupe wanhoop is er niks bij. Ik zwijg wijselijk.

Dat was twee maanden geleden.

Na het hardlopen vanmorgen duik ik onder de douche. Als ik mijn shampoofles pak, is die bijna leeg. De fles, gekregen van Els, staat klaar. Ik lees weer 31-12-2000. ‘Shampoo blijft toch altijd goed,’ mompel ik hoorbaar. De fles is van plastic, maar voelt hard aan en de inhoud ziet er stroperig uit. Als ik de boel op zijn kop houd dan blijft de inhoud aan de bodem plakken. Ik schud, ik knijp in de verpakking. uiteindelijk ga ik, voorzichtig, op de fles staan maar er komt niks uit. Ondertussen sta ik ruim een kwartier onder een straal water. Ik heb geen zin om kletsienat de douche uit te stappen, maar de voorraad staat op zolder. Ik gil naar mijn man: ‘Keeeeeeees!’ Die schrikt zich natuurlijk het apezuur, denk ik. Geen reactie. Ik herhaal: ‘Keeeeeeeees!’ Het blijft stil. Ondertussen ben ik aan het verschrompelen, krijg ik oude wijven voeten en handen. Voordat er niets meer van me overblijft waag ik de gok. Hard knijp ik nog een keer in de fles. De inhoud schuift naar de hals en er floept een klodder naar buiten. Ik doe het goudgele spul op mijn haar. Het ruikt bijzonder en uitsmeren lukt niet. De substantie doet me aan groene zeep uit een potje denken. Ik pers mijn lippen op elkaar en knijp met twee handen of mijn leven ervan af hangt. Een klodder belandt op mijn hoofd. Mijn haar begint aan elkaar te plakken en ruw aan te voelen. Snel spoel ik alles eruit, maar mijn haardos blijft touw. Dan maar crèmespoeling erdoorheen. Het helpt niet veel. Ik geef het op en stap de douche uit. Als ik in de spiegel kijk, schiet er nog net geen barst in het glas. Een strobaal is er niks bij. Ik probeer van alles. Olie erdoor en antiklit, ik voel geen verschil. Dan maar föhnen. Ik krijg er geen model in. Dat wordt binnenblijven vandaag en Kees voorbereiden op mijn nieuwe coupe.

Ik krijg een appie binnen of ik boodschappen wil doen voor mijn oom en tante. Tja wat nu! Ik ga gewoon. Als ze me aanhouden zeg ik gewoon dat ik oefen voor Paashaas. Ik neem wel een mandje eieren mee. 🐰

 

Aandachtspunt: Maak je niet druk als je ‘haar’ even tegenzit.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

99. vlucht geannuleerd

Vooraf: Af en toe zijn er namen veranderd.
Vakantie Portugal 22-07-2019 t/m 04-08-2019
Vliegen vanaf Schiphol met STAP naar Porto 16.45 uur boarding 16.15 uur op 22 juli 2019 vluchttijd 2 ½ uur.

Maandag 22 juli
Het is 21.25 uur en ik zit op een hotelbed bij Schiphol. Mijn man en ik zijn gestrand in het Renaissancehotel. Om 13.25 uur stapten we in Castricum op de trein en reden we via Zaandam naar Schiphol Airlines. In de hal van Schiphol las mijn man op het informatiebord dat de vlucht naar Porto gecanceld was. Er flitste van alles door mijn hoofd, maar al snel dacht ik we zien het wel en als het waar is dan komt er vast een alternatief. We liepen naar de balie van STAP, waar we onze koffers moesten afgeven, maar er was geen personeel te zien. Wat we zagen was een verlaten oord. Lege balies staarden ons aan. Ik hoorde andere reizigers praten, die zeiden dat de vlucht geannuleerd was om een onbekende reden. Het wachten was op een andere vlucht en die zou de volgende dag bekend worden. Door deze ‘onofficiële’ mededeling gingen er mensen naar huis. Een knap persoon die mij nu nog naar huis krijgt, dacht ik. Ze zorgen van maar voor een alternatief. Ik ga niet meer met die tas de trein in. Bovendien wisten we nog helemaal niks via een officieel iets. Ik wilde afwachten en observeerde de onrust en paniek om me heen. Vrouwen die ijsbeerden, mannen die mopperden, maar het ging vooral om de STAPmensen die er niet waren. Ik zag verderop bij een balie een geüniformeerde dame ons observeren. Ze zocht oogcontact en haalde haar schouders op richting mijn kant en ik maakte een gebaar van, ik weet het ook niet. Ze liep naar ons toe en vroeg waarom we stonden te wachten. Ze begreep ons verhaal en beloofde maatregelen te gaan nemen. Met een dribbelpas liep ze een andere kant op en ging bellen. Even later kwam ze terug met de mededeling dat onze vlucht geannuleerd was vanwege een technisch mankement aan het vliegtuig dat niet op korte termijn te verholpen kon worden. Ik dacht meteen, gelukkig hebben ze het op de grond ontdekt, stel je voor dat zoiets in de lucht gebeurd. Het verloop was allemaal nog onzeker.
Mijn man had ondertussen een telefoontje gepleegd en contact gehad met onze reisagente. Die ging kijken wat ze eventueel voor ons konden doen. We moesten haar op de hoogte houden en ze zou in elk geval ons logeeradres en het autoverhuurbedrijf in Portugal in kennis stellen. Super geregeld dus. Ik informeerde de kinderen via de app. Onze zoon ging googelen over wat we konden doen.
De dame die ons zo vriendelijk te woord stond vertelde dat we op een sms of mail van STAP moesten wachten, en dan moesten we de vlucht over gaan boeken bij een Swissport. Even geduld hebben dus, maar het zou allemaal in orde komen.
Ik had trek in een bakkie en behoefte aan een toilet. We gingen dus op reis, maar dan in Schiphol. Wat een mensenmassa om me heen. Het was leuk om te zien hoeveel verschillende soorten er zijn. Ik hoop maar dat ik mijn observaties in deze tijd nog zo mag benoemen. Alleen de kleuren waren al divers. Chocoladebruine, blanke vlaatjes en advocaat gele. Grote ogen, maar ook kijkend door spleetjes of dikke brillenglazen. Zelfs rook ik allerlei geuren, ieder heeft zo zijn eigen smaak. Over de kleding kan ik wel uren schrijven. Ik zag met hoofddoek versierde mensen, of lopend in lange gewaden, maar ook dames die bijna in hun onderbroek liepen. Prachtige gekleurde lange rokken, of contrasterende zwarte dracht. Vele diepe decolletés, het leek wel koopwaar zoals ‘de dames’ tentoongesteld werden. Misschien wilde ze de boel ook wel verkopen. Je kunt je voorgevel maar zat zijn.
Ik hoef helemaal niet op vakantie dacht ik nog. Hoe leuk is dit, mensen observeren in een multiculturele omgeving. Alle landen door en met elkaar en iedereen mag zijn wie hij/zij is tezamen op het eiland Schiphol. Schiplol klinkt nog leuker.
Ik bleef nog steeds bij mijn overtuiging dat ik hier niet meer weg wilde en zei dat ook tegen mijn man. Een hotelovernachting leek mij hier op zijn plaats.
We zochten een koffietentje en strandde bij café Moonlight. Een heerlijke grote cappuccino genomen en mijn man een earl grey thee.
We zaten, ondanks het vervelende bericht, gezellig aan een tafeltje te genieten van onze ‘peperdure’, volgens Nederlandse begrippen, ons bin zunig, drankjes. Eigenlijk let ik er nooit zo op, want op een vliegveld betaal je nu eenmaal de hoofdprijs, maar voor mij waren twee jonge meisjes die hun drankjes moesten afrekenen en bijna een rolberoerte kregen toen ze de rekening zagen. Eentje trok wit weg om de neus, de andere kreeg de slappe lach en keek met een wazige blik naar het bonnetje dat in haar handen werd gedrukt. Ze hield het papiertje dicht bij haar gezicht en wapperde er mee. Daarna schudde ze meewarig haar hoofd. Het maakte mij ook alert op het bedrag dat ik af moest rekenen. Maar de cappuccino was het waard. Heerlijk even zo’n koffiemoment. Ik voelde ineens onrust in mijn lijf en zei tegen mijn man dat we de Swissport moesten gaan waar we moesten omboeken. Kort daar kreeg hij een berichtje met de mededeling dat we een andere vlucht toegewezen kregen. Er waren twee opties. Eentje de volgende dag om 7.05 of iets van 11.15 uur. Pin me niet vast op de exacte tijden. Er was via onze reisagente tussendoor ook nog gebeld dat we de mail af moesten wachten en bij bericht moesten we weer contact opnemen. Zo gezegd, zo gedaan.
Bij de Swissport balie aangekomen, om 14.44 uur, stond er een lange rij. Uiteindelijk hebben we daar ongeveer iets van twee uur gestaan voordat we aan de beurt waren. Voor ons stond een stel, waarvan de man nogal boos keek en deed. Hij sprak luid met zijn vriendin en gebaarde in de lucht met zijn armen. Naast ons een meisje, oorspronkelijk uit Amsterdam, nu wonend en rechten studerend in Leiden. We hadden een leuk gesprek. Later sprak ik de druk pratende man aan, vooral omdat hij maar boos bleef doen. Achteraf dacht ik waar bemoei ik me ook mee. Een beetje laconiek zei ik. ‘Het is niet leuk maar ik hoor liever dat nu dat het vliegtuig een mankement heeft, dan dat ik in de lucht zit.’
Hij zei dat ik wel gelijk had, en dat je nog veel meer dingen kunt bedenken die erger zijn. Maar hij vond de service waardeloos en daar gaf ik hem gelijk in. Er waren maar twee mensen aan het helpen en ik schat minstens vijftig mensen voor ons, ik denk nog wel meer. Maar schatten is niet mijn sterkste punt. Gelukkig bleef mijn man kalm. Ik ook want ik was allang blij dat er morgen een vlucht ging. Ik hoorde van anderen dat hun vlucht pas twee dagen later ging. Ik had ook appcontact met mijn zoon. Hij zei dat er nog twee vluchten naar Porto gingen deze avond. Een was vol, de andere had nog negen plaatsen. Ik zou het opnoemen als we aan de beurt kwamen. Nadat we een tijd in de rij hadden gestaan vroeg de man voor ons wat ons beroep was. Dat wilde hij weten omdat we zo kalm bleven. We raakten aan de praat. Ik vertelde dat ik stressreductietraining geef, dat is natuurlijk zo, maar het was ook wel een beetje als een grapje bedoeld. Hij was jaloers op ons. Hij vertelde ook dat zijn vriendin onrustig en temperamentvol is. Dat ze uit Brazilië komt en dat daar niemand relaxt is. Ik had allang al door dat zijn vriendin onwijs gestresst was. Er kon geen lachje van af. Haar vriend deed van alles om haar rustig te krijgen. Ze reageerde afwijzend op alles. Ze kreeg een rugmassage, kusjes overal. Schouderklopjes, liefkozingen en omhelzingen. Haar vriend fluisterde lieve woordjes in haar oor, zei bemoedigende dingen, niks mocht baten. Ze negeerde hem en duwde hem soms weg. Ik deed maar alsof ik het niet zag. Later liep ze weg, achteraf naar andere mensen die in hetzelfde schuitje zaten en die familie van haar waren. Na een tijdje kwam ze terug met haar dochter, neem ik aan. Haar vriend vertelde over dat ik stressreductietraining geef en dat ze daar nog wat van kon leren. Ze glimlachte flauwtjes, maar ging er verder niet op in. Ze leek wel iets gekalmeerd.
De klokt tikte haar eigen tempo en maakte voor ons geen uitzondering. Ik moest af en toe aan Disney Parijs denken, daar stonden we ook in de rij, maar dan kreeg je wel iets leuks te doen daarna, dit was andere koek.
Af en toe maakten we een praatje met de andere wachtenden en al met al schoot het toch wel op. Ik verbaasde me over de mensenmassa die ons onafgebroken passeerden met gezichten die boekdelen spraken. Lachend, peinzend, fronsend. Of geïrriteerd, in gedachten verzonken of paniekerig. Van de buitenkant gezien dan. Wat er in de innerlijke mens afspeelt zou ik moeten vragen aan de personen.
Nog drie wachtenden voor ons rond 16.25 uur. Eindelijk het einde was in zicht. Net op dat moment stond een van de baliemedewerkster op. Het was 16.30 uur en ze zei dat ze ermee stopte. Ze vertelde dat ze al negen uur aan het werk was en ze pauze nodig had. Ook een hapje moest eten. De man voor ons was het er niet mee eens en begon een heel verhaal tegen haar te vertellen. De baliemedewerkster ging erop in en legde haar situatie weer rustig uit. Ondertussen was ze aan het bellen en zei dat ze voor ons een vervangster aan het regelen was. Maar ze kreeg niemand aan de lijn. Ik moet je zeggen dat is heeeeeeel hoopvol. Uiteindelijk ging ze weg en hebben we er niemand meer voor in de plaats gekregen. De man voor ons begon driftig te praten toen hij aan de beurt was. Het was een act op zich. Alle ellende en wanhoop werd op het bordje van de baliemedewerkster gedeponeerd. Hij gooide alles in de strijd om vandaag nog een vlucht te krijgen. Het leek een toneelstuk en wij hadden eerste rang. Allemaal voor niks, zonder kaartje, gewoon een cadeautje. Handen, voeten en gezichtsuitdrukkingen, alles werd ingezet om vandaag nog de lucht in te komen. De man hield niet op. Hij haalde alles uit kast om zijn vriendin tevreden te stellen. Ze had twee uur lang aan zijn hoofd gezeurd dat ze vandaag nog een vlucht wilde, dat moest gebeuren. Omdat we steeds contact hadden gehad met deze man verontschuldigde hij zich aan ons. Hij draaide zijn gezicht richting ons en deelde ons mede dat het misschien wat langer ging duren dan gemiddeld. Hij maakte een grapje en vroeg of we een geweer bij ons hadden enz. Het was wel hilarisch. Ze kregen het met al hun drama niet voor elkaar. Alle vluchten waren vol en ze taaiden af met een nieuw ticket en een hotelovernachting met diner en ontbijt. Eindelijk waren wij aan de beurt. We werden geholpen door Claire. Ze zocht onze gegevens op en vertelde dat we al omgeboekt waren door STAP. We moesten de vlucht van 7.05 uur nemen. Ik zei dat die over Zurich ging en dat we liever een rechtstreekse vlucht wilden en dat we in het bericht van STAP hadden gelezen dat er om 11.25 uur nog een vlucht ging. We dachten dat we een keuze hadden. Claire zei dat dit een misverstand was en dat die 11.25 uur vertrek uit Zurich was. Wat dat betreft wist ik het ook even niet en was ook weer blij dat we een vlucht hadden de volgende dag. Onze zoon had nog een optie voor vanavond gedaan, maar mijn man zag dat niet zo zitten, dus ik heb het ook niet meer gevraagd. Ik nam mijn verlies. De reis was dus geregeld. Zoals ik eerder schreef wilde ik niet meer naar huis en dat gaven we aan. Ook daar hadden ze rekening mee gehouden en lag er een ticket voor een hotel met diner en ontbijt voor ons klaar. Het werd het Renaissance Airport hotel. Een shuttlebus bracht ons er naar toe. Maar goed ook want het was best nog een stuk rijden. Dit was super geregeld en het leek ook vakantie, vooral omdat we lekker een hotel in gingen. Ook wel avontuurlijk, ik betrapte mezelf erop dat ik het eigenlijk nog wel leuk vond. Hoewel ik liever in Portugal had gezeten.
Wordt vervolgd.
foto volgt nog vanwege technische problemen…… het lijkt het vliegtuig wel. Inmiddels moet er nu een foto staan. Wachten op het vliegveld in Zürich.
vliegveld 2

Aandachtpunt: Aandacht voor de kleine dingen, maakt je wereld groter.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

98. Van cake naar in-en-uitloopkast

Een paar keer per jaar ga ik naar gastenverblijf Kasteel Slangenburg in Doetinchem om te schrijven. Het is altijd weer leuk om te kijken of er bekenden zijn, maar zeker ook om weer nieuwe mensen te ontmoeten.
De namen zijn fictief in deze blog. De personages wellicht aangedikt. Het verhaal is geschreven naar aanleiding van een gesprek, dat van een plak cake overging naar een geniaal idee voor een milieuvriendelijke in-en-uitloopkast.

Van cake naar een in-en-uitloopkast.

De huiskamer is vol als ik binnen loop. Ik scan snel en zie twee bekenden. Martin en Boudewijn. Ze voeren een geanimeerd gesprek met twee dames. Ik begin ergens anders met een voorstelrondje en doe mijn best alle namen te onthouden. Een tiental gasten zitten verspreid. Als laatste ga ik naar de linker zithoek, waar mijn bekenden zitten. Even twijfel ik want het lijkt of iemand zich op zit te winden over een plak cake. Om niets te zeggen vind ik ook onbeleefd dus ik strek mijn hand uit naar de druk bewegende dame, die op de bank naast Boudewijn zit. Ze oogt iets belegen en haar wenkbrauwen staan in een v vorm. In haar voorhoofd zit een diepe groef, ik weet niet of ze die er nu in trekt vanwege een cakeperikel, of dat het de jaren zijn die haar tekenen.
‘Ik zal me even voorstellen,’ zeg ik.
Mijn hand wordt beetgepakt als een prooi.
‘Tiny,’ zegt de vrouw. ‘Aangenaam.’ Haar toon is kort en krachtig. Die heeft haar op haar tanden flitst er door mijn hoofd. Het is een gevoel en aanname die me overvallen. Geen mooie eigenschap van mezelf vind ik. Een grimmige sfeer hangt er rond het bankstel. De man naast Tiny ken ik en had in de hal al begroet. ‘Dag Anita,’ zegt Boudewijn.
Ik buig lichtjes door de knieën. ‘We hebben vanmorgen elkaar al een hand geven. Fijn je weer te zien.’
Martin die aan de leestafel tegenover het bankstel zit fronst zijn wenkbrauwen.
‘Daar kijk je van op hè,’ lacht Boudewijn. ‘We hebben zelfs gezoend.’ Na deze zin slaat Boudewijn twee handen voor zijn mond. Zijn ogen glinsteren en hij zakt iets onderuit. Tiny’s gezicht verzuurd.
‘Toe maar,’ zegt Martin.
Ik raak hem even aan. ‘Leuk je weer te zien, maar ik hoor dat je na de warme maaltijd weer vertrekt. ‘Jammer.’
Martin lacht. ‘Zeker jammer. Mijn hand reikt naar zijn buurvrouw. Een vrouw, slank postuur, gekleed in een beige trui. ‘Anita,’ zeg ik, ‘en wie bent u?’
Ik ontvang een vriendelijke hand. ‘Jenny.’
‘Mag ik erbij komen zitten?’ vraag ik omdat iedereen in gesprek is met elkaar.
‘Natuurlijk mag dat,’ antwoorden Jenny en Martin tegelijk.
‘Maar we hebben het niet meer over cake,’ zegt Jenny.
In mijn ooghoeken zie ik de ogen van Tiny maat schoteltjes krijgen. Verder opent ze haar mond, maar even snel sluit ze die weer. Jenny zie ik richting de bank kijken. Ze fluistert bijna onhoorbaar. ‘Over cake geen woord meer.’
Tiny schuift naar voren.
‘Het woord cake mag niet meer,’ zegt Martin met een glimlach als een jochie van tien. Hij beweegt bijna onzichtbaar zijn hand naar rechts. ‘Dat ligt nogal gevoelig aan de overkant. Oftewel als blikken konden doden dan…’
‘Blikken daar bak je lekkere cakes in,’ flap ik eruit. Het wordt verdacht stil om me heen. Ik heb duidelijk iets gemist. Ik kan niet laten er toch op in te haken. Betekent dat ook, dat er niet gepraat mag worden over wat er in dit baksel gaat?’ In mijn ooghoeken houd ik Tiny in de gaten. Het lijkt of haar wangen opbollen en verkleuren tot bloedkoraal rood. Martin schudt heftig nee.
‘Dus ook geen eieren, boter, meel of…’ dan zwijg ik.
Jenny stoot me aan. ‘Dat ligt gevoelig hier.’
Op dat moment komt Anneke de gastvrouw, met een schaal gele plakken, waarvan ik de naam niet meer mag noemen, aangelopen. ‘Wil je een plakje cake?’
‘Nee, dank je,’ zeg ik. ‘Die laat ik maar liggen.’
‘Dat is nou jammer,’ zucht Jenny. ‘Ik heb ook niet genomen en als jij nu had genomen dat wist ik in elk geval wie mijn plakje cake had gekregen.’
Het duizelt me even en ik frons mijn voorhoofd. ‘Wilde jij ook niet?’
‘Nee en nu dacht ik dan krijg jij hem. Ik ben nu wel iets van teleurgesteld,’ zegt Jenny.
Tiny wipt van haar ene op haar andere bil. Ze kucht luid. Om de sfeer niet nog grimmiger te maken, gooi ik geen kooltjes meer op het vuur. De gastvrouw die koffie brengt zorgt voor lucht in de situatie. Wat is het heerlijk om weer in Slangenburg te zijn, denk ik. Nog koud tien minuten binnen en ik val alweer in een grappig gesprek. Alsof ik niet weg geweest ben.
Ik kijk naar Marten en dan naar Jenny. Ik ben razend nieuwsgierig waar het nu eigenlijk om draait en wat ik gemist heb. Het lijkt me echter verstandig van onderwerp te veranderen. ‘Was het druk afgelopen dagen?’
‘Het was rommelig,’ zei Martin. Veel wisseling van gastvrouwen en heren. Daar kwam nog bij dat er een nieuwe vaatwasser is aangeschaft.’
Anneke begint te lachen.
‘Wat is daar leuk aan?’ vraag ik.
‘Niks leuk,’ zegt Martin. ‘Alleen maar kommer en kwel. Dat ding heeft andere standen dan het vorige apparaat en dus afwijkende tijden. In plaats drieëndertig minuten doet de vaatwasser er nu vijfenveertig minuten over. Het was maar goed dan gastheer Peter er alle verstand van heeft. Die moest elke keer weer uitleggen hoe dat ding werkte. Tijd is hier belangrijk anders komt het programma in de war.’
‘Waarom hebben ze niet zo’n restaurantmachine,’ zegt Jenny. ‘Die zet je aan en na twee minuten is het hup klaar.’
‘Goed voor het milieu,’ zeg ik. ‘Een kind kan de was doen.’
‘Eigenlijk niet,’ zegt Jenny. Het schijnt dat die snel programma’s heel slecht voor het milieu zijn.
Dan moet zo’n apparaat in een korte tijd al zijn energie stoppen in wat normaal heel lang duurt.’
‘Ik merk dat ik toch vaker een ander wasprogramma moet gaan gebruiken. Ik zet mijn wasmachine vaak op het programma van twintig minuten.’
‘Misschien moeten we helemaal niet meer gaan wassen,’ zegt Martin.
Jenny gaat rechtop zitten. Ze wriemelt wat aan haar trui. ‘Dan gooien we onze kleding gewoon weg als het vies is.’
Tiny’s aandacht verslapt en begint een gesprek met Boudewijn. Mijn hoofd zit nog bij het wassen hoe dat eruit komt te zien als niemand zich meer wast.
Jenny haalt haar schouders op. ‘Dan maakt het niet meer uit of je er wat smoezelig uitziet. Nemen we alles wat minder nauw.’
‘Ik weet niet of ik dat een fijn idee vind. Het moet toch ook anders kunnen. Het is wel goed voor het milieu en de economie. In mijn hoofd draait een film. Al mijn lievelingsjurken zie ik verdwijnen in de clico. ‘Wat als het nou een lievelings kledingstuk is?’
Martijn helt voorover, zet zijn ellenbogen op tafel en zijn handen onder zijn kin. ‘Tja, dat doet wel pijn.’
‘We kunnen het ook recyclen,’ zeg ik. ‘Loop je een winkel in, kleed je je uit. Loop je door en zoek je iets nieuws uit. Net een in en uitloopkast.’
Martin slaat met zijn hand op de tafel. ‘Dat wordt een hit, dit is het helemaal.’
Jenny neemt het gesprek over. ‘Dan wordt daar alles op een grote hoop gegooid en als de ‘grote’ machine vol zit dan wordt er een was gedraaid.’
‘Never a dull wardrobe,’ voegt Martin toe. ‘Een soort wisseltruck. Wel met paskamers als tussendeel.’
Iedereen filmen had nu geweldig geweest. De gezichten spreken boekdelen. Iedereen ziet er gepassioneerd uit. Bruisend van ideeën worden geboren. Mijn gedachten gaan uit naar een ruilhandel iets met gesloten beurzen. Ik denk ook aan het concept van de bibliotheek.
‘Zoals bij een bibliotheek,’ zeg ik.
Martin steekt zijn wijsvinger in de lucht. ‘Geniaal, dan is er een soort uitleensysteem.’
Jenny lacht. ‘En als je te laat bent dan betaal je boete. Ook weer goed voor geld in het laatje.’
‘En als je nu een kledingstuk wil houden? Mag je het dan verlengen?’ vraag ik. Iedereen knikt volmondig ja.
‘Maar er is een limiet,’ zegt Martin. ‘Drie keer verlengen mag, daarna niet meer.’
Jenny tikt Martin aan. ‘Het kan ook zijn dat je denkt, hé daar loopt mijn vrouw, maar dan is het jurkje van je vrouw.’
Het werkt op onze lachspieren. We merken dat de andere mensen in de huiskamer steeds onze kant op kijken. Gelukkig zijn het lachende gezichten.
‘Het kan ook zover gaan dat je zoiets met partners doet,’ zeg ik aarzelend. Deze opmerking veroorzaakt een zwijgend geheel. ‘Dat gaat natuurlijk te ver,’ zeg ik.
‘Dat weet ik nog zo net niet,’ zegt Martijn. ‘Ik denk dat wij hiermee een gat in de markt hebben bedacht. ‘Een super concept voor een milieuvriendelijke samenleving.’
Het gesprek gaat nog door en er volgen nog een aantal concepten. Iets met een instituut voor het uitlenen van je huisdieren. Of zelfs kinderen. Het is teveel voor één blog, maar wie weet heeft dit muisje nog een staartje. Of om in het thema te blijven. Krijgt deze cake ooit nog een toefje slagroom.

ANITABOOTS6

Aandachtspunt: In gesprek met elkaar ontstaan de origineelste

Geplaatst in Geen categorie | 8 reacties

97. Afterparty (5-3-2019)

We besloten vanmorgen, voor het uitchecken, een ‘afterparty’ foto te maken. Maar hoe leg je drie geweldige carnavalsdagen vast met een foto van je hotelkamer. Bij onze binnenkomst op 2 maart, lag er een gele ballon met kaartje op bed die ons verwelkomde. We kwamen op dat moment meteen in de stemming.
Een idee werd geboren. Een knallende ballon, met een verhaal, zou het einde moeten zijn van ons feest avontuur. Zoals in het lied: ‘Dit is het einde, dat doet de deur dicht’.
Om het verhaal een kop en staart te geven wilden we eerst met een opgeblazen ballon op de foto. Dat was nog een dingetje, hoe krijg je twee hoofden en een ballon knap op de foto. Sowieso een selfie maken is al een vak apart. Helemaal met Nia.
Ten eerste hebben we meestal van tevoren al de slappe lach, dus is het een kunst om een foto te maken zonder dat die bewogen is. Ten tweede is Nia kampioen in voorwerpen voor de lens of haar gezicht te houden. Denk aan een duim, van goed zo. Je ziet mij dan met een duim naast me.
Of zie je Nia net achter een glas als we proosten. Waar het om gaat, Nia dus, is dan verdwenen. Ik lig alweer in een appelflauwte als ik het opschrijf.
Maar oefening baart kunst. Uiteindelijk heb ik een knappe foto van ons drieën kunnen maken. Daarna moest de ballon kapot voor een nieuwe foto. Tja hoe doe je dat. Ik besloot erop te gaan zitten. Dat werkte op onze lachspieren en zo’n ballon is heeeeeel flexibel, zelfs onder mijn gewicht. Ik kreeg muzikale aanwijzingen van Nia. ‘Ga naar links, of rechts’. Ik donderde bijna het bed af. De tekst van links naar rechts vloeide over in. ‘Er staat een paard in de gang, Mien waar is mijn feestneus, dat resulteerde in: ‘Aniet waar is mijn feestballon.’ Ondertussen stootte mijn hoofd en verrekte een bilspier. Ook begonnen mijn lachspieren te protesteren vanwege de overuren die ze maakten. Ik voelde mijn heupen, die na drie dagen deinen ook niet meer uitblonken in soepelheid.
‘Misschien is iets scherps handiger’, reageerde Nia droog. Niks te vinden, in de kamer met een punt. Nog een keer liet ik mijn achterwerk op het gele gevaar landen. Deze laatste poging lukte, een harde knal denderde door de kamer. We waren blij dat vijf minuten later de Mobiele Eenheid niet op de stoep stond. Ik moet bekennen dat het raar voelt als je op een knallende ballon zit. Met het restantje geel, volgens Nia ‘een slappe hap’, op de foto. Ze bedacht nog meer benamingen voor dit voorwerp waar alle fut uit was. Die durf ik niet te delen. We waren echt flauw en recht voor zijn raap. Met veel pret hebben we diverse pogingen gedaan om alles op de kiek te zetten. Wat weer problemen gaf want dat gele gevaar wilde niet stilhangen. We kwamen tot de conclusie dat wij overal Carnaval of een ‘afterparty’ kunnen vieren, met weinig spullen. Het beeldmateriaal staat onder mijn verhaal en iedereen mag ervan denken wat hij wil. Wij hebben onze pret in de pocket. Ik heb nog steeds pijn in mijn buik en mijn kaken van het lachen. Iedereen bedankt voor de super dagen. Gerard en Harry extra bedankt voor het eten. Houdoe Lampegat. Alaaf tot volgend jaar.

carnaval 2019 ballon

Aandachtpunt: Humor ligt dichtbij als je het maar kunt zien.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

96. Dag lieve tante Ria

Zwijgend hand in hand, bellen Kees en ik aan.
‘Voor wie komt u,’ zegt een mevrouw als ze de deur van het hospice in Beverwijk opendoet. Ze lacht vriendelijk en onzichtbaar stelt ze mij op mijn gemak.
‘Mevrouw de Graauw’, zeg ik.
‘Komt u binnen. Ze zijn nog even met haar bezig.’
In de hal branden kaarsen en op een kastje staan bloemen. De glas in lood ramen scheppen sfeer. Gecombineerd met de geur van de bloemen werkt dit voor mij als een tijdmachine en ik reis terug naar 26 september 2006. Mijn moeder wordt door het ambulancepersoneel door deze gang, naar binnen gereden. Ze bijt op haar lip, tranen rollen langs haar wangen en druppelen op haar kussen. Ik voel haar pijn en verdriet. Onbeschrijfelijk is het om als kind je moeder zo te zien.

We lopen de kamer van mijn tante in. Dezelfde kamer als waar mijn moeder lag. Dit wordt het laatste bezoek, we gaan afscheid nemen. Ik zie mijn tante liggen in bed. Ze lacht. ‘Nou ja, dat jullie er nu wéér zijn, wat leuk.’
Ik geef haar een kus. Op elke wang een en ga naast haar zitten. Ik pak haar hand en slik. In bed ligt een vrouw, helder van geest in een ziek lichaam. Hoe moeilijk moet dat zijn, schiet door mijn hoofd.
‘Het gaat niet goed met me. Ik wil het niet meer, en vind het zo oneerlijk. Ik lig hier maar en mijn lijf laat me in de steek.’
Ik zwijg. Wat zeg je op zo’n moment? Eigenlijk niks, voelen doe je des te meer. Mijn keel wordt dik en mijn ogen prikken. Ongemerkt ga ik terug in de tijd. Een film van herinnering start. Logeerpartijen op de Breestraat, de bakkerij, de geur van versgebakken brood, de vitrinekasten in de winkel, met gebak als kunstwerken van ome Harry, en de duivenkaters en tulbanden met de kerst niet te vergeten. Voor mij luilekkerland. Achter de winkel koffiedrinken. Lachende mensen en een tante die altijd blij was als je kwam. Als we op zondag kwamen, gingen we naar boven en vaak werden we dan uitgenodigd om te blijven eten. Ome Harry was dan in zijn element en tante Ria trots op haar man en blij dat ze niet hoefde te koken. Warm eten, heerlijk, maar we moesten wel ons bord goed schoonschrapen, want daar kwam ook het toetje op. Meestal yoghurt. Tante Ria knijpt in mijn hand en zet mijn film stop. Ze brengt me weer in het hier en nu.
‘Carla was altijd zo blij met de kleren die ze van jullie kreeg.’
Ik lach. ‘Ja en we mochten ook wel eens dezelfde kleren uitzoeken dan zagen we er hetzelfde uit. Dan speelden we tweeling. De mensen trapten er soms in, ondanks de krullen en het steile haar. Ik weet nog heel goed dat we samen een hesje met een korte broek hadden. Roze met gele strepen, gekocht tijdens een vakantie met de boot.’
Mijn tante glundert.
‘Hoe deed u dat eigenlijk met de winkel toen u kinderen kreeg?’
‘Dat was niet altijd even makkelijk. Daarom kwam Carla vaak bij jullie logeren als het vakantie was.’
‘Dat was voor mij erg leuk. Ik heb er alleen maar goede herinneringen aan. Maar ook de logeerpartijen bij u. Wassen in de keuken, slapen bij elkaar.’
Tante Ria weet het ook allemaal. ‘Jullie mochten dan op de zolder.’
‘Klopt zeg ik en dan uit het raam hangen en kwatten naar de mensen die de winkel in liepen.’
De wenkbrauwen van tante Ria wippen omhoog. ‘Echt? Haar mond lacht, haar ogen twinkelen. ‘Stoute meiden.’
‘De steile trap naar boven,’ zegt Kees.
‘O ja, vul ik aan en dan de wc beneden.’
‘Wat een rottrap was dat, ik ben er wel vanaf gevallen toen ik zwanger was van Carla. Gelukkig goed afgekomen. En nu lig ik hier.’
‘In dezelfde kamer als mijn moeder lag.’
Tante Ria knikt.
‘Dat is eigenlijk heel mooi,’ zeg ik en slik mijn tranen weg. ‘Dapper van u om te besluiten zelf de regie te nemen. Mijn moeder kon dat niet meer en heeft daardoor zoveel pijn gehad op het einde, maar hoe goed zorgden ze voor haar, in deze kamer. U gaat haar straks zien.’
‘Zou het?’ glimlacht tante Ria.
‘Ik weet het zeker,’ zeg ik.
‘Ja mooi hier, met mijn eigen spullen. Ik ben zo blij met het schilderij dat aan de muur hangt. Ik kan er zo naar kijken, ooit geborduurd voor ome Jan.’
‘Prachtig!’ zeggen Kees en ik tegelijk. We lopen naar het schilderij en zien de Madonna die steek voor steek tot leven geroepen is. Ooit, lang geleden.
We praten over het handwerken, de caravan. Veel komt in vogelvlucht voorbij. De kinderen, de kleinkinderen en achterkleinkind, waar ze zo trots op is.
‘Jaap en Eva horen ook bij de kinderen,’ zegt ze nog met nadruk.’
De tijd vliegt.
‘Ik ben blij met mijn beslissing. Het is goed geweest zo. Ik ben 82 en heb meer mogen beleven dan jouw moeder. Liggen op bed en nergens zin in hebben hoort niet bij mij. Zelfs televisie kijken is me teveel.’
Tante Ria sluit haar ogen.
Ze is moe mijn tante, ik niet, graag zou ik nog blijven en oude koeien uit de sloot halen. Mooie herinneringen wakker schudden. Maar het gaat niet om mij.
‘We gaan,’ zeg ik. ‘Ik denk dat u moe bent.’
‘Ja, ik ga slapen. Wat fijn dat jullie er nog een keer waren.’
Voor de laatste keer omhelzen we elkaar. Kus ik haar wangen. Traag lopen we, hand in hand, de kamer uit en zwaaien als laatste afscheid. Tante Ria zwaait terug. ‘Dag,’ zegt ze zacht met een lieve lach.
‘Dag! Lieve tante.

dav

Aandachtspunt: Het ene verdriet maakt het andere verdriet wakker. Vooral als er iemand overleden is. Het mag er zijn.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties